Overweging

Allerzielen OLVL Doorwerth-Heveadorp-Wolfheze 2016-11-02 – versie 2

Lezing  Johannes. 14,1-6

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Wees niet bang. Vertrouw op God, en vertrouw op mij. In het huis van mijn Vader is plaats voor veel mensen. Daar mag je op vertrouwen. Want ik heb gezegd dat ik wegga om voor jullie een plaats klaar te maken.

En als ik voor jullie een plaats klaargemaakt heb, kom ik terug. Dan neem ik jullie mee, en dan zullen jullie bij mij zijn. En jullie weten langs welke weg ik zal gaan.’ Toen zei Tomas: ‘Maar Heer, we weten niet eens waar u naartoe gaat! Hoe kunnen we dan weten langs welke weg u gaat?’

Jezus zei: ‘Ik ben de weg. Bij mij is de waarheid, en bij mij is het leven. Je kunt alleen bij de Vader komen als je in mij gelooft. Als jullie mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen. Ja, jullie kennen hem al, want jullie hebben hem gezien.’

 

Overweging

Lieve mensen, met verdriet in ons hart zijn we hier. Het is wéér Allerzielen. Er zijn wéér mensen gestorven, net als vorig jaar en elk jaar daarvoor. Mensen die ons zeer nabij waren of mensen wat verder weg van ons. Zoals je vrouw of je man, je kind of je kleinkind, je opa of oma, een zus of broer, een schoonzus of zwager, een oom of tante, een vriendin of een vriend, of gewoon iemand waar je op de een of andere manier een klik mee had. Allemaal gestorven mensen die een plekje in je ziel hadden en dat nog hebben.

 

Sterven, dat is én geconfronteerd worden met de dood én geconfronteerd worden met onze eigen sterfelijkheid. Het verliezen van geliefden, van iemand die je nabij is, dat verlies raakt je in al je vezels. Dat raakt je tot in het diepste van je ziel. Alles in je leven staat op zijn kop!

Het is als in het Paasverhaal, het verhaal van lijden, van sterven, van door de hel heengaan en dan van wederopstanding. Een deel van je ziel sterft mee met de overledene. De nabestaande gaat ook door een hel heen.

[stilte]

En in die donkere periode kunnen dan, onvermoed en vaak op onverwachte momenten, uiteindelijk toch tekens van wederopstanding komen. Tekens die wijzen naar het komen tot een nieuw leven.

 

Maria van Magdala stond op Paasmorgen vol verdriet bij het geopende graf. Jezus was er niet meer. Zij dacht de tuinman te zien. Toen hij sprak bleek dat Jezus te zijn. Jezus zei: “Houd me niet vast, want ik moet omhooggaan naar mijn Vader [….] die ook jullie Vader is.”

Houd mij niet vast, zegt Jezus!! Ik ben gestorven en laat mij mijn weg als gestorvene gaan, ik kan niet anders. Díe weg kan je niet volgen. Ook niet door je aan mij vast te blijven klampen. Je kunt niets anders doen dan een nieuwe weg gaan. Je eígen weg naar een Nieuw Leven, zonder mijn aardse aanwezigheid, maar met mij diep in je hart. Diep in je hart, daar waar ook God aanwezig is.

Zoals de abt van de Trappisten in Tilburg aangeeft: “Op de bodem van ons hart en in het puntje van onze ziel, daar woont God”. Dáár verblijven je gestorven geliefden, de gestorven mens die je ergens geraakt heeft.

Paulus zei vanuit de gevangenis : “De Heer heeft mij gesteund en me kracht gegeven”. God steunt ons en geeft ons kracht. Direct in ons, maar ook of misschien wel juist via al die warme en lieve mensen om ons heen. Zij vangen ons op, zij dragen ons, zij helpen ons die weg te vinden naar, in en door ons nieuwe leven.

 

De evangelielezing is genomen uit het afscheid dat Jezus van zijn leerlingen nam voordat hij naar de Hof van Gethsemané ging. Jezus zei: ”Wees niet bang, vertrouw op God, ga de weg die ik ook ga”. Thomas vroeg: “Hoe weten we langs welke weg u gaat?” Jezus zei: “Jullie kennen de weg al, want jullie hebben via mij God al gezien”.

Voor mij betekent dit dat God zelf de weg naar het nieuwe leven wijst. Via al die warme mensen om je heen, vanuit je hart en vanuit dat puntje in het diepste van je ziel.

Het oude leven is voorbij en keert nooit meer terug. Dat oude leven is ook gestorven. Als je dat toch probeert vast te houden, dan sterf je zelf ook. Dan word je een levende dode.

Het nieuwe leven dient zich aan, eerst heel voorzichtig, dan stapje voor stapje, met vallen en opstaan, met gemis en met vreugde of met nieuw geluk.

Jezus zei op díe Paasmorgen: “houd mij niet vast”. Hij zei niet dat je de gestorvene maar moet vergeten, verre van dat. Die is en blijft aanwezig in het diepste van onze ziel, daar waar God is.                    

  Amen

            [stilte]

Nico van Schaik         2016-11-02