Text/HTML

Homilie Goede Vrijdag 18 april 2014 Doorwerth, Pastoor Henri ten Have

Broeders  en zusters,

Een tijdje geleden zei een man tegen mij, die zijn nog jonge echtgenote had verloren tegen mij: wat heeft God de wereld toch raar in elkaar gezet.

Dat gevoel kan ons soms allemaal bekruipen, als er iets gebeurt wat voor ons pijnlijk is en ongerijmd lijkt. Het kan maken dat mensen niet meer in God geloven, omdat er zoveel dingen gebeurd zijn in je eigen leven, of in de wereld om je heen, dat je niet meer kunt geloven daar een goede God achter zit. Je wordt opstandig en boos, je voelt je van God verlaten, en begint aan Hem te twijfelen.Dat lijkt het einde van je geloof.

Maar dat hoeft niet zo te zijn. Integendeel, hoe bitter ook je ervaringen zijn, ze kunnen ook het begin zijn van nieuw geloof. Een andere manier van geloven. We beginnen allemaal met het geloof van kinderen, in een God die als een goede vader moet zorgen dat de goede mensen beloond worden, en dat de deugnieten bestraft worden, en dat alles voor de rest in de wereld een beetje eerlijk verloopt.  Het is het geloof dat je ook op heel veel plaatsen in het oude Testament aantreft en er zit veel goeds in.

Maar het is ook een geloof waar je op den duur allemaal in vastloopt. Want we ervaren allemaal dat er veel onrecht en veel rampen gebeuren, waar we de zin niet van kunnen zien. We zien dat jonge mensen, wier leven nog een belofte in zich draagt ziek kunnen worden en sterven, dat mensen die zich inzetten voor een goede zaak door geweld om het leven worden gebracht, en we kunnen hier geen betekenis aangeven.

Dat lijkt het einde van het vertrouwen, het geloof in een Goede God.

Zo was dat ook voor de leerlingen van Jezus het geval. Zij hadden God zelf in hun midden mogen hebben, in de persoon van Jezus. En uitgerekend Hij stierf de dood aan het kruis.

Hun geloof in God werd letterlijk doorkruist.

Het betekende voor hen ook het einde van het geloof in een god die alles regelt zoals wij hopen en wensen. Het was onbegrijpelijk voor hen.

Pas later begrepen zij de bedoeling. Maar waarschijnlijk hebben zij op dat moment zich van God verlaten gevoeld.

Het geloof is bij hen op een andere manier teruggekomen, niet meer op hun manier, volgens hun gedachtegang, maar zoals God het hun teruggaf, door de verrijzenis van Jezus.

We kunnen dan zeggen: eind goed al goed. Dat is ook zo, maar toch heeft deze Goede Vrijdag daarom nog wel zijn eigen betekenis. Want net als de leerlingen toen, leven nu veel mensen nog in het duister van de Goede Vrijdag, zonder licht van Pasen, met een doorkruist geloof, zonder dat de steen van het graf die op hun hart ligt al is weggenomen.

Op deze vrijdag gedenken wij, dat niet alleen boven ons heeft willen staan, maar ook naast ons, om ons te helpen ons kruis te dragen, dat Jezus ook onze godverlatenheid heeft willen doorleven. Jezus wil onze verwarring en pijn in zelf dragen. Hij is niet alleen een God boven ons, maar ook met ons, naast ons, in ons, onder ons. Hij heeft al onze godverlatenheid, ook onze zonden, onze boosheid en verwarring in zich opgenomen. Wij mogen onze lasten, onze zonden, onze boosheid en teleurstellingen met Hem delen. En zoals Hij onze lasten heeft willen dragen, zo vraagt Hij ons ook het uit te houden met de last van anderen, om anderen nabij te zijn in hun verlatenheid. Zoals Maria zonder veel woorden, zwijgend onder het kruis stond, zo moeten wij soms zwijgend staan bij het leed van anderen, zonder het mooier te willen maken met woorden van troost, voor iets waarvoor geen woorden zijn, maar stil en trouw de mensen niet verlaten. Zo is ook Jezus met zijn moeder bij ons. In alle momenten van verlatenheid zijn zij ons nabij, met een nieuw geloof, een doorkruist geloof.

Amen