Text/HTML

Overweging 18 mei 2014, father W. vd Salm

5e zondag na Pasen


    Vandaag horen we Jezus afscheid nemen van zijn leerlingen op de avond vóór zijn dood. Ze begrijpen er wel niets van. Hij heeft het laatste avondmaal gehouden met hen en Judas is vertrokken om hem te verraden aan de hogepriester. Hij voelt zich veilig en weet zich gedragen door de Vader in zijn liefde. Dan zegt Jezus dat hij naar de Vader gaat waar plaats is voor eenieder. Zo staat het in het evangelie van Johannes. De evangelist Johannes begint zijn evangelie met te zeggen dat God zijn intrek had genomen in de wereld. God was komen wonen in onze wereld in de gestalte van een sterfelijk en kwetsbaar mensenkind. Het Woord is vlees geworden. God woont in Jezus. In Jezus hebben we  het soort wereld gezien dat God voor ogen staat. God staat een wereld voor ogen waar er brood is voor eenieder en waar de blinden zien en de lammen lopen. En omdat Gods liefde geen grenzen kent, noch in de ruimte, noch in de tijd, zullen wij zijn liefde ook ervaren aan de andere zijde van de dood. In  het evangelie van vandaag hoorden we Jezus zeggen: in het huis van mijn vader is ruimte voor velen, en jullie kennen de weg daarheen. En als de nuchtere Thomas dan vraagt om verdere uitleg omdat hij niet weet wat Jezus bedoelt, dan zegt Jezus ter verduidelijking: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Hij wijst ons niet alleen de weg, hij is de weg naar de Vader. Het is de weg van de liefde. Het kompas dat Jezus de leerlingen meegeeft is dit: niet alleen je eigenbelang de richting laten bepalen in je leven maar het belang van de ander en speciaal de zwakste is richting gevend voor de volgelingen van Jezus. In Gods wereld  is er ruimte voor velen, ruimte voor allerlei soorten mensen. Dat zou tenminste de werkelijkheid moeten zijn; ruimte voor alle rassen en talen, ruimte voor mensen van allerlei culturen, ruimte voor mensen met allerlei godsdienstige overtuigingen en tradities.

       De realiteit tot nu toe is helaas anders. Daarom zegt Jezus tot zijn leerlingen en ook tot ons: kijk naar mij: ik ben de weg, de waarheid en het leven. En dan hebben zij en wij  een Jezus gezien die in zijn leven ruimte had voor zondaars en tollenaars, die omgang met hen had en hen niet buitensloot, zoals zoveel anderen. Wij en zij hebben een Jezus gehoord die vertelt dat hij 99 schapen achter zou laten om een verloren schaap te gaan zoeken. In ons zakelijk denken is dat absoluut niet logisch, maar voor hem wel. We zien een Jezus die niet naar de prestaties kijkt van mensen maar wel of ze hun talenten goed gebruiken. We zien een Jezus die steeds weer oproept tot delen.

      Maar waar is die plaats, die hij belooft? Waar is het huis van de Vader? We zijn zo gewend ons een ruimte voor te stellen, ver weg, ergens boven het wolkendek,  het huis van de Vader. We zeggen zo gemakkelijk dat het huis daar ergens is. Maar Johannes, die het evangelieverhaal zo’n 70 jaar later heeft opgeschreven na  het leven, de dood en de verrijzenis van  Jezus, heeft in de tussentijd ervaren dat het huis van God allereerst gestalte krijgt in de mensen die echt leven in de geest van Jezus, hier en nu op deze aarde. Heel deze aarde is bestemd het huis van God te zijn. Van oudsher is de aarde de woonplaats van God, zijn domein en gevuld met zijn aanwezigheid. En langzaam beginnen de leerlingen te beseffen dat Jezus hen dat heeft nagelaten. Dat besef begint sterker en sterker te worden. Zijn heengaan heeft een belofte ingehouden: zijn werk is hun werk geworden. In hun handelen en in hun hele leven kunnen ze God gestalte geven en hem aanwezig stellen. God is met hen. Zijn Geest kan ook hen bezielen en inspireren.

       Toch blijft het zo dat we bij de dood van een geliefde een diep dal, een diep gat invallen waar we ons eenzaam en godverlaten voelen. Maar ook kan het tegelijkertijd gebeuren dat je met dankbaarheid en diepe ontroering ervaar hoe mensen in jouw omgeving jou overeind hebben gehouden in die ellendige situatie; hun nabijheid en liefde hebben je opgetild zodat je niet verdronk in die zee van verdriet. Hun zorg en aandacht voor jou hebben blijk gegeven van God’ s zorg en liefde. Zijn huis blijkt dichterbij dan we soms denken. Het feest van de opstanding ligt nog vers in ons geheugen. Het is deel van ons leven geworden. Pasen is de grond van ons bestaan en de lucht die we ademen. Jezus wijst ons de weg, is de weg. Jezus toont ook dat God’ s liefde blijvend is: het leven is sterker dan de dood, en  bij Hem kunnen we echt thuiskomen.