Overweging

19e zondag door het C-jaar: 7 augustus 2016

Eerste lezing: Wijsheid 18, 6-9 ; Evangelie: Lucas 12, 32-40 (Bijbel gewone taal)

Broeders en zusters, de lezingen van vandaag zijn genomen uit de Bijbel in gewone taal. Ze mogen dan geschreven zijn in heldere taal, maar dat wil nog niet zeggen dat direct begrijpelijk is wat er geschreven staat. De onderliggende begripslagen te verstaan, dat is en blijft moeilijk. En bij het maken van een overweging op basis van deze lezingen kan je al gauw verleid worden tot het maken van een overweging die lijkt op wat al zo vaak bij deze lezingen overwogen is. Namelijk dat je moet delen wat je hebt met minder bedeelden. En dat je goed moet leven, opdat er voor jou na je dood leven in de hemel mogelijk is. En dat verpakt in mooie kerktaal. Dan kunnen we allemaal knikken van: zo dat is weer mooi gezegd. En daarna kunnen we gewoon verder gaan. Dit voelde voor mij niet goed aan. En dat leidde tot wat nu volgt.

De Bijbel is toch het boek waarin je de eeuwige, altijd geldende waarheden kunt vinden? Het is toch het boek voor de ‘weters’ onder ons, die GELOVEN in hoofdletters schrijven? Of is de Bijbel ook het boek waarin God tot óns spreekt en waarin wij de wil van God voor óns leven zoeken en proberen te vinden? Elke dag opnieuw? Laat de Bijbel ons misschien ook zien dat geloof als manna kan zijn? U weet wel, manna gevonden in de woestijn na de uittocht uit Egypte. Vandaag nog ‘vers’ en morgen ‘over datum’. Voor mij betekent dit dat mijn geloof van gisteren vandaag bedorven kan zijn”. Voor mij zijn gelovigen vooral ‘zoekers’ en geen ‘weters’. Elke dag weer zoeken want we zijn geen dag hetzelfde.

Miek Pot slaakt in haar boek met de titel “Ik zal altijd van je houden” de verzuchting: ‘Waarom ben ik altijd aan het uitstellen. Ik doe niet wat ik wil en wat ik wil doe ik niet.” Die hartekreet geeft me houvast, ook voor deze overweging.

Zijn we niet vaak aan het uitstellen?. En dat kan toch ook? De gebruikelijke uitleg van de evangelielezing is toch dat we pas aan het eind van ons leven verantwoording hoeven af te leggen? Het ‘nieuwe leven’ begint toch pas na onze dood? Als de balans van je leven dán maar in orde is. Dan kunnen we met een gebogen hoofd het Koninkrijk Gods ingaan. Zo wordt het toch vaak gezegd? Van kinds af aan al? En dus hebben we nog tijd zat om ons leven te beteren en onze naasten, de mensheid, lief te hebben. En die enkeling die onverwachts sterft, die heeft dan gewoon pech gehad. Had hij of zij maar klaar moeten zijn? En misschien was zij of hij dat ook wel!

Laten we eens een poging tot ‘nieuw leven’ doen. Het leven van gisteren is een oud leven. Het leven van vandaag is het nieuwe leven. Elke dag weer! We weten niet wanneer we zullen sterven. We weten ook niet wanneer er een beroep op ons gedaan zal worden. Een beroep om onze naaste lief te hebben als onszelf. Een beroep om onze vijanden lief te hebben. Een beroep om de mensheid lief te hebben. Een beroep om ons ego opzij te zetten en dienstbaar te zijn naar hen die dat nodig hebben. En dat allemaal niet alleen naar hen, maar als levenshouding naar iedereen, op elk moment, op elke dag, in elke maand, in elk jaar, een leven lang. Niet van ‘hoe word ik er beter van’, maar ‘hoe helpen we elkaar verder’.

Niet van ‘Hoe Kan IK Winnen’, maar ‘Hoe Gaan Wij Samen Verder’. Niet van “die oude mevrouw met dat hoofddoekje treuzelt vóór de kassa, dus schiet ík gauw voor, maar: “gaat u voor mevrouw”.

Leef dus bewust. Op elk moment van de dag en bij alles wat je doet. Dat is je opdracht als Christen! En dat kan best moeilijk zijn en veel inspanning kosten: Elk moment bewust leven, bij alles wat je doet. Bewust in al je handelen. Handelen vanuit Gods licht en liefde, handelen vanuit zijn opdracht: “Heb je naaste lief als jezelf” en “Je zult je vijanden liefhebben”. Stel de ander centraal in je denken, centraal in je doen en laten. Niet egoïstisch zijn, maar dienstbaar naar de ander. Niet als een slaaf, maar vanuit het volle bewustzijn dat in de ander ook God aanwezig is. Dat je God dient door er te zijn voor mensen als ze je nodig hebben, door er ook te zijn vóór dat ze je nodig hebben. Door gemeenschap te zijn.

In de 1ste lezing wordt opgeroepen tot het delen in elkaars voor- en tegenspoed. In de 2de lezing wordt opgeroepen tot waakzaamheid, tot bewust leven, tot een levenshouding van ‘er zijn voor elkaar’. Niet om straks het Koninkrijk Gods in te kunnen gaan, maar om dat Koninkrijk Gods hier en nu op aarde te realiseren. Op veel plaatsen in de Bijbel wordt dat van te voren aangekondigd. Ook in de 1ste lezing van vandaag is dat het geval.

Is dat bewust leven en daarmee automatisch naar Gods wil handelen, moeilijk? Ja en nee. Bewust leven kan een dagelijkse vaardigheid worden. En vaardigheden kun je aanleren. Dat aanleren kost natuurlijk moeite, maar als je dit aangeleerd hebt, dan kost bewust leven geen grote inspanning meer. Dan gaat deze manier van leven min of meer vanzelf. Net als ademen.

Hoe weet je dan dat je blijft leven naar Gods wil? Hoe bereik je God, waar is hij te vinden? Voor mij is Hij te vinden in de grootsheid van de natuur. Én hij is te vinden in ieder mens. In het diepste van zijn ziel. Daar waar je alleen zelf kunt komen. Daar waar niemand anders binnen kan treden. Daar waar je echt alleen bent. Daar waar de bron van je handelen ligt. Daarónder, in het diepste van je ziel, daar kun je God vinden. In rust en stilte is hij soms te bereiken. Daar ligt de oorsprong van je handelen. Wat je wilt gaan doen wordt daar onbewust getoetst. Daar kan je duisternis zijn. En ook je demonen. Lezen in de Bijbel en warme mensen om je heen kunnen je helpen Gods wil te vinden. Je helpen die duisternis en demonen uit te drijven. Je helpen God bewust toe te laten. Jezus ging ons daarbij voor. Dat is wat ons als christenen bindt.

Laten we werken aan wat ons als mensheid verbindt en niet aan wat ons scheidt! Zeker in deze onzekere en voor velen barre tijden. Onze paus was op de Wereld Jongerendagen en wees ook op het grote belang van werken aan wat ons verbindt..

Amen

Nico van Schaik