Text/HTML

Overweging 20 april 2014 1e Paasdag 2014, pastor A. van Dijk

Een moedige vrouw, die Maria van Magdala. Vroeg in de morgen, nog in het donker, gaat ze alleen naar het graf. Ze heeft de pijn van het verdriet in haar hart; haar geliefde Jezus is zo schandelijk en wreed gedood. Het moet haar liefde voor de Heer zijn – veel meer dan een stuk nieuwsgierigheid-, die haar haar angst en onzekerheid doet overwinnen en haar drijft naar de plaats waar haar Jezus begraven is..

“In liefde is geen angst en vrees”  staat in een tekst voor een huwelijksviering.

* Als je elkaar wederzijds echte liefde toedraagt , mag je met een gerust hart aan elkaar toevertrouwen, en met elkaar op weg gaan.

* Ouders kunnen heel ver gaan in hun zorg en daadkracht voor een gehandicapt kind.

*Pater Frans van der Lugt wilde niet vluchten, ook al wist hij dat zijn leven gevaar liep. Zijn liefde voor zijn parochianen, voor de bedreigde moslims, de liefde voor zijn vaderland Syrie, waar hij was van gaan houden, maakten hem onverschrokken. “Liefde” zal Paulus later schrijven in zijn brief aan de Corinthiers( 1Cor. 13), “is geduldig en vriendelijk; zij zoekt zichzelf niet en laat zich niet kwaad maken; alles verdraagt ze, alles hoopt ze, alles verduurt zij”.

Het is die liefde, die Maria in alle vroegte naar het graf doet gaan.

De steen is weggerold. Zouden ze ( de tegenstanders van Jezus) ook nog zijn graf geschonden hebben? Een verzorgde begrafenis is voor joden van groot belang, het is een eretaak, een erezaak.

Schrikt slaat haar om het hart. Zij snelt  in haar ongerustheid en verbazing naar Petrus en Johannes, die met haar meegaan naar het graf.

Er zit veel beweging in het verhaal ,Maria gaat naar het graf toe en komt weer terug; de leerlingen gaan er naar toe, de geliefde leerling  loopt vooruit, komt weer terug en wacht, Petrus gaat naar binnen en daarna ook de andere leerling en die laatste….. komt tot geloof.

Petrus en Johannes werden na de dood van Jezus  de belangrijkste personen  in de gemeente van Jeruzalem.  In de tijd dat Johannes dit schrijft is Petrus kennelijk als de belangrijkste leider naar boven gekomen, daarom laat de andere leerling hem voorgaan, het graf binnen.

Het verhaal geeft meerdere aandachtspunten:

**“Petrus ging naar binnen, maar de andere leerling zag en geloofde “.

Er is een verschil tussen kijken en zien.

Je kunt kijken, wetenschappelijk, van buiten af, constaterend, vaststellend. Je ziet het wel, maar je blijft er eigenlijk buiten staan, het raakt je niet, je wordt er niet door geroerd of ontroerd.

Je kunt ook anders zien: met aandacht, betrokkenheid, van binnen uit, dan wordt je er met je het hart bij betrokken. je kunt niet op afstand blijven.

Dat is het verschil tussen de leider, Petrus, en de andere geliefde leerling. De leider is dus niet altijd per se de beste, innigste gelovige te zijn.. toen en nu. Een werknemer kan meer bij de onderneming betrokken zijn dan de aangestelde directeur, een hartelijke buurvrouw een betere verzorgster dan de huisarts, een betrokken parochiaan een grotere, intensere gelovige dan de pastor.

**En wat zich afspeelt voor de ogen van ons als lezers, lijkt een wat vreemd gedrag, maar hier geeft de evangelist Johannes iets weer van wat wij in onze tijd een geloofsproces noemen.  

De leerlingen hebben ervaringen, maar twijfelen ook -dat we vinden we in alle verhalen rond de verrezen Heer -.Ze  doen zelf ook weer nieuwe ervaringen , horen verhalen van anderen en komen ze langzamerhand tot het geloof in de verrezen Heer. Door hun twijfels en onzekerheden heen zijn gegroeid naar het geloof in de verrezen Heer.

Als wij dus vragen en twijfels hebben rond de verrijzenis en aanwezigheid van de levende Heer  hoeven we ons niet beschaamd te voelen.

Geloof is geen waarheden aannemen , maar is een geloofsproces..

Dat kennen we.

Heel vroeger hebben we veel van buiten geleerd – uit de  catechismus..   we geloofden rots vast in wat daar als waarheden vermeld stonden.

Maar daarna.. je gaat de puberteit in, en je twijfelt aan alles: ouderlijk gezag, beleefdheid, gewoontes, oude verhalen. Je wilt nieuw zijn, alles zelf onderzoeken, je eigen waarheid vinden.  Veel dat je niet bij je hoort, werp je weg, misschien ook je overgeleverd geloof.

Later, zelf door het leven gebutst en geleerd, ga je veel dingen weer anders  zien, dieper, je komt meer tot de kern door twijfel en onzekerheid heen. Je wordt ouder , je begint dingen  te her-ontdekken, je   ontwikkelt steeds meer een eigen manier van doen, van  geloof,  het  wordt iets van je zelf . Zo ben je meer jezelf geworden. Maar je  weet ook  dat je nooit de hele waarheid in pacht hebt,  dat alles voor het leven al is vastgelegd,  je weet: ik kan nog veranderen, me  ontwikkelen, dieper leren zien.

**De twee leerlingen – de vrouw is intussen al uit het verhaal verdwenen, maar komt in het volgende verrijzenis verhaal van Johannes  prominent naar voren – de twee leerlingen zien alleen windsels. Bij zijn geboorte werd hij in doeken gewikkeld, bij zijn dood ligt hij doeken gewikkeld. Maar nu zijn de doeken achtergelaten - het oude lichaam, leven is achter gelaten zoals de graankorrel zijn oude vliezen aflegt om te ontkiemen en nieuw leven voort te brengen. Er is een nieuw leven ontkiemd, in een geestelijk lichaam. De gestorven graankorrel heeft honderdvoudig vrucht gedragen.

**

Het is vreemd dat de andere leerling, de geliefde leerling ,  niet met name genoemd wordt. Is het Johannes? Zij treden in de Evangelies vaak als duo op. Is het bescheidenheid van de schrijver Johannes, dat hij zijn naam niet wil vermelden?

 We kunnen nog een andere zin leggen in het feit, dat die andere leerling niet met name genoemd wordt. Je zou ook kunnen zeggen: in die niet met name genoemde leerling kan iedere naam ingevuld worden, ook die van ons.

Wij zijn leerlingen, die langzamerhand, met twijfel en ongeloof, met vallen en opstaan, met eigen ervaring en ervaringen van anderen tot meer geloof komen. 

Als wij Pasen vieren , is dat niet alleen om iets uit het verleden te gedenken.

Wij vieren het ieder jaar weer, opdat wij door te vieren en te beleven, mogen groeien in geloven. Dat we meer mogen binnengaan in het mysterie van sterven en verrijzen. Groeien in verbondenheid met God , ons licht en leven.

Dat moge ons levensvreugde en vertrouwen geven.  Amen