Text/HTML

Overweging 22 juni 2014, Sacramentsdag

Father W vd Salm

We zijn bijeen om Eucharistie te vieren, samen op het Feest van Sacramentsdag. De heilige Mis van vroeger is viering van de Eucharistie geworden. We zijn bijeen rond de Tafel van de Heer. Dat is meer dan enkel een naamsverandering.  Dit gebeuren heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. Het maaltijdkarakter wordt in onze tijd meer benadrukt dan vroe­ger. Vroeger viel de nadruk meer op het persoonlijke. Ieder voor zich ging te communie en zonderde zich dan af met de handen voor de ogen, om een tijdlang stilletjes te spreken met ‘de gast in onze ziel'. Nog eerder in de geschiedenis  viel de nadruk vooral op de aanbidding van de goddelijke Christus in dit brood aanwezig. Er waren  sacramentsprocessies waar het Allerheiligste plechtig werd rondgedragen met bruidjes en heel veel wierook. Hier en daar zijn er nog steeds sacramentsprocessies. Een klein overblijfsel daarvan was ons  zondagse ‘lof' met uitstelling van het Allerheiligste.
Dat was ook de tijd dat het offerkarakter van dit sacrament sterk in de aan­dacht stond. De Mis was de hernieuwing van het kruisoffer dat Jezus aan zijn Vader bracht. Door het kruisoffer van Jezus werden wij verlost van onze zonden. Dat ligt bij mij moeilijk. Alsof God een offer van een mensenleven wil tot vergeving van zonden. Het druist in tegen God als Vader, als bron van liefde. God is vol liefde en vergeving en wenst geen mensenoffer om het met Hem weer goed te maken. Volgens mij kwam Jezus niet om te sterven voor de zonden van de mensen maar om de nieuwe weg van dienstbaarheid en liefde te tonen als de weg naar vrede, een nieuwe gemeenschap met elkaar en met God.

 De nadruk valt veel meer nu op de  gemeenschap, op het samen vieren. Het persoonlijk gebed na de communie is bijna verdwenen en in plaats daarvan zingen we een lied of luisteren we naar muziek, een moment van rust in het hele gebeuren. Een hele ontwikkeling.
     Vandaag vieren we opnieuw Sacramentsdag, Het gaat  vooral om  de ontmoeting met Jezus en de ontmoeting met elkaar. Het gaat niet zo zeer om het eten, om de communie dus, ook al wordt dat wel door velen zo ervaren, maar het gaat om heel het samenzijn waarin we samen bidden en zingen, samen luisteren naar de Bijbelteksten, en ook samen eten van het brood. In het evangelie verwoordt Jezus dat heel indringend  in bewoordingen die een beetje vreemd aandoen in onze tijd, bijna kannibalistisch klinken. Als je het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, heb je het leven niet in je.
We kunnen goede begrijpen dat zijn leerlingen en de toehoorders struikelden over deze woorden van Jezus. Hoe zou Hij zichzelf te eten kunnen geven? Jezus bedoelde dit niet letterlijk; hij bedoelde het anders: als je met mij en mijn Vader verbonden wil blijven, aanvaard dan hoe ik leef, en hoe ik mezelf aan jullie wegschenk, met hart en ziel, met vlees en bloed, geheel en al. En als je je zo voedt met mijn leven, met mijn woorden, zullen jullie ook zelf leven. Ons voeden met zijn leven betekent eigenlijk dat we ons leven afstemmen op Hem.  Iedereen begrijpt wel dat vlees en bloed niet letterlijk genomen moeten worden, maar het geeft wel op een heel indringende en haast dramatisch wijze weer hoe belangrijk het is je te laten voeden door Jezus, door heel zijn persoon, door zijn idealen, door zijn woorden, door zijn voorbeeld.. De jonge kerk na Pinksteren probeerde uit te groeien tot zo’n gemeenschap, die alles met elkaar deelde. En elke eerste dag van de week vierden ze deze verbondenheid met elkaar. Ze dankten God (dat betekent Eucharistie in het Grieks) ze dankten God en braken het brood met elkaar ter nagedachtenis aan Jezus. Dat doen we nu ook; Jezus voedt ons met zijn leven opdat wij dit leven doorzetten en wij een levende kerkgemeenschap vormen met Jezus in ons midden. Jezus heeft het helemaal voorgedaan. Hij brak het brood en gaf het weg. Hij gaf zichzelf weg voor het goed en het welzijn van de ander.

Dit is ons voorbeeld.