Overweging 3 augustus

18de zondag door het jaar; 3 augustus 2014

Eerste lezing: Jesaja 55, 1 – 5

Evangelielezing:          Matteüs 14, 13 – 21; De wonderbare broodvermenigvuldiging

Broeders en zusters, de overweging van vandaag bestaat uit twee gedeelten. Het eerste deel had ik al gemaakt op basis van de lezingen van deze zondag. En ook de woorden over Genesis achterop het boekje had ik al gemaakt. En toen las ik de krant van zaterdagmorgen. Ik las over de vervolging van de Christenen in Mosoel in Irak door aanhangers van de Islamitische Staat. De actualiteit haalde mij in. Daar zal het tweede deel van mijn overweging over gaan. Daardoor duurt deze overweging wat langer dan u van mij gewend bent.

De evangelielezing van vandaag gaat over de wonderbare broodvermenigvuldiging, een zeer bekend thema. In mijn jeugd heb ik altijd de uitleg gehoord over het wonder dat die 5 broden en 2 vissen op “bevel” van Jezus vermenigvuldigd werden om een grote menigte te voeden en dat er nog vele volle manden overbleven. Dat was een wonder!

Zo’n 27 jaar geleden kwam ik weer eens in de kerk in de parochie Lindenholt in Nijmegen, waar ik toen woonde. De priester van die parochie, een Augustijn, ging voor. In zijn vieringen en overwegingen ging en gaat hij nog steeds terug naar de kern. Hij is wars van ballast en overvloedigheid. Deze pastor vertelde dat je ook op een andere manier naar de evangelietekst van vandaag kunt kijken. Dat Jezus het brood en de vissen zegende, die zijn leerlingen meegenomen hadden. Dat Hij het brood brak en dat zijn leerlingen het eten uitdeelden, aan elkaar én aan anderen. Jezus gaf aan dat het tijd was om te eten, en deelde wat zij zelf hadden met mensen om hen heen. Dat voorbeeld werd gevolgd. Iedereen opende zijn of haar tas en deelde het voedsel dat men bij zich had met elkaar. Dat was het echte wonder, dat mensen met elkaar deelden. Zo leerde ik dat je ook op die manier naar teksten in de bijbel kunt kijken. Kijk naar wat er echt geschreven staat en probeer dat te begrijpen. “Verzin” er niet van alles bij. Het woord heeft al genoeg aan zichzelf.

De evangelielezing begint met de verwijzing naar de onthoofding en begrafenis van Johannes. Jezus was daar kapot van. Hij wilde alleen zijn om te rouwen over Johannes, om zijn verdriet te verwerken en misschien ook om na te denken over wat dit voor hem en zijn leerlingen tot gevolg kon hebben. Maar de mensen haalden hem terug naar het leven. Zij hadden zijn helende woorden nodig. Hij sprak tot hen en genas hun zieken. Hier wordt niet genoemd dat hij ook onreine geesten uitdreef, zoals op vele andere plaatsen in de evangeliën. Recent hoorde ik daar een overweging over en ook die overweging bleef mij bij, omdat die zo anders en veel helderder was dan de uitleg die ik in mijn jeugd gehad had. Vanuit mijn jeugd had ik nog het beeld van de uitdrijving van een boze geest, waarbij die geest overgebracht werd naar een groep zwijnen, die daarop het meer in renden en verdronken. Deze voorganger zei dat Jezus sprak met mensen met een verkrampte geest. Dat hij die mensen van hun verkrampte geest verloste, zodat ze weer in harmonie met zichzelf en met hun omgeving konden leven. Dat ze weer in balans kwamen en konden accepteren wat hen was overkomen of hen was aangedaan. Tegenwoordig zou je zeggen dat Jezus optrad als psychotherapeut. Ik stel me zo voor dat hij vragen stelde, die zouden kunnen beginnen met: “Wat”, “Hoe”, “Waarom”, “Waardoor”, , en dat hij niet zei: “Zo moet je dit doen”. De mensen die met Jezus spraken, daar aan de oever van dat meer, gebruikten woorden die helend voor Jezus waren. Woorden waardoor hij met zijn verdriet kon omgaan. Jezus had hun helende woorden nodig!

Dan gaan we nu terug naar de wonderbare broodvermenigvuldiging. Zij waren op een afgelegen plaats. Er groeide gras. Het was dus in de tijd dat er regen kon vallen, en niet in de hete en verzengende zomer. Natuurlijk had iedereen eten meegenomen. Als je in de huidige tijd op vakantie gaat in bijvoorbeeld het hart van Frankrijk, dan weet je dat er in de kleine dorpen geen winkels meer over zijn en dat je zelf je eten en drinken mee moet nemen. Als je de natuur in gaat, dan neem je toch eten en drinken mee? En dan neem je ook je afval mee terug! Dat wisten die mensen 2000 jaar geleden ook al. De leerlingen wilden de mensen wegsturen, een “ieder-voor-zich en God voor ons allen” oplossing. Jezus zag dat het ook anders kon. Hij gaf het goede voorbeeld en zei dat het tijd was om te gaan eten, hij zegende het brood en de vissen en deelde. De draagtassen gingen open en iedereen deelde het aanwezige eten met elkaar. De mensen werden van “ieder-voor-zich en God voor ons allen” een gemeenschap waarin men oog had voor de noden van de aanwezigen. Men deelde het brood en had zorg voor elkaar. Er was aandacht voor wat elkaar verbond en niet voor wat scheidde. Dat was het wonder.

En dan gaan we nu over tot de actualiteit waarin haat, onderdrukking en vernieling de boventoon voeren. Haat, onderdrukking en vernieling vanuit gewelddadige groeperingen in de Islamitische wereld gericht tegen andersdenkenden. Andersdenkenden in de Islamitische wereld zelf en dus zeker naar Christenen. Ik noem de Taliban in Afghanistan, IS in Syrië en Irak, Boko Haram in Nigeria en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het geweld wordt door deze groeperingen als geoorloofd gezien omdat dit zou dienen tot de ”ZUIVERHEID VAN HET GELOOF”, geschreven in hoofdletters. Tot de enige “WAARHEID”, weer in hoofdletters. Want er wordt gezegd dat er maar ÉÉN WAARHEID is, maar ÉÉN GELOOF, maar ÉÉN MANIER VAN GELOVEN. Deze groeperingen zijn in wezen zeer hoogmoedig want zij denken dat wat zij doen extra goed is, Zij denken dat hun manier van bedrijven van godsdienstige zaken de enig juiste handelwijze is. Zij denken dat zij dit aan iedereen moeten opleggen, te vuur en te zwaard. En dat voor hun eigen zieleheil!

Kennen we dat ook in onze eigen Christelijke wereld? JA, tot onze schande moet ik daar ja op zeggen. Wat denkt u van het kwaad dat aangericht is in de Islamitische landen door onze Europese kruisvaarders? Dat kwaad van bijna duizend jaar geleden kleurt nog steeds de angst van Islamieten voor Christenen. En binnen Europa van het kwaad dat tegen de Katharen in Frankrijk aangericht werd, mede op instigatie van de Rooms Katholieke kerk. Of van het kwaad dat aangericht werd door de Inquisitie in Spanje en in andere landen? Of van het kwaad dat aangericht werd door Reformatorische kerken in de verdrukking en uitsluiting van andersdenkenden?

Waarom en waardoor blijft dit kwaad toch bestaan en steekt het steeds weer de kop op? God schiep de wereld en haar flora en fauna. God schiep man en vrouw naar zijn evenbeeld, naar zijn evenbeeld schiep hij man en vrouw. God maakte een begin met zijn schepping, een begin en geen einde. De mens is door God niet geschapen als rentmeester maar als medeschepper. De mens is geschapen met zijn eigen vrije wil. Goed en kwaad, met alle grijstinten daartussen, is in elke mens aanwezig. Enerzijds streeft de mens naar macht en geld, anderzijds naar liefde en aandacht. Karakter en omstandigheden maken de mens en daarmee de wijze waarop deze mens zich manifesteert.

Woorden van het Oude Testament lijken te streven naar de zuiverheid van het geloof. Deze woorden zijn geschreven in een tijd met heel andere begrippen en regels dan nu. Een tijd van “oog om oog en tand om tand”, een tijd van een strakke hiërarchie. De woorden van het Nieuwe Testament lijken te streven naar een Nieuwe Tijd. Een tijd waarin je de naaste lief hebt als jezelf. Een tijd waarin de zuiverheid van je geloof ten dienste staat aan de liefde voor de naaste. De zuiverheid van het geloof is daarmee niet meer het allerbelangrijkste wat er is. Het belangrijkste is geworden wat je met je geloof doet ten opzichte van je naaste, daar uit de zuiverheid van je geloof zich in.

Laat ons NIET streven naar de ultieme zuiverheid van het geloof, maar laat ons streven naar de liefde van Christus, naar de liefde tot de naaste. De evangeliën wijzen daar zeer duidelijk naar. De evangelielezing van vandaag geeft een duidelijk voorbeeld. Jezus roept op om te delen met elkaar. Vijfduizend mannen delen met elkaar, vrouwen en kinderen niet meegeteld maar die aten zeker mee! En er blijft genoeg over voor de anderen. Twaalf korven vol. Twaalf korven, daarmee verbeeldend dat er nog genoeg over was voor het hele volk Israel. Laten we dit voorbeeld volgen. Mensen hebben mensen nodig, die naast je staan. Die naar je omzien, je steun geven. Niet uit gewin, maar uit aandacht. Heb de ander lief, zoals je jezelf lief hebt. Waar liefde en aandacht voor elkaar is, daar is God aanwezig. Laten we werken aan wat ons mensen op aarde met elkaar verbindt en niet aan wat ons scheidt.              Amen

Nico van Schaik