Zondag
27 augustus 2009
Toen ik het laatste gedeelte las van het evangelie van vandaag, moest
ik onwillekeurig denken aan die donderpreken van vroeger: toen werd
er zo vlug en gemakkelijk gedreigd met de straf van de hel. Als
je dat doet, ga je zeker naar de hel, of iets dergelijks. Misschien
herkennen sommigen van u dit.
Dat was de tijd dat de predikanten schijnbaar alles afwisten van goed
en kwaad, en ook haarfijn wisten te vertellen wie bij de goeden hoorden
en nog meer: wie bij de slechten, wie de hemel verdienden en wie zeker
in de hel terecht zouden komen, nou ja, bijna zeker, want misschien
hadden ze nog een heel klein kansje als ze op het laatste ogenblik hun
leven beterden.
Dat was ook de tijd dat katholieken en protestanten elkaar verketterden,.
Ieder moest in zijn eigen hokje blijven.
Gelukkig hebben we diie tijd van elkaar verketteren achetr ons gelaten,
en tegelijk toch ook weer niet. De wrijving tussen katholieken en protestanten
is dan wel verleden tijd, maar nu is er vaak wrijving tussen christenen
en moslims. Te gemakkelijk worden soms alle moslims bij de slechten
gerekend; over een kam gescheerd; te vaak ziet men in moslims potentiële
terroristen, een gevaar voor de samenleving en dat is wezenlijk een
houding, een christen onwaardig.
Nou, dat soort hokjesgeest heeft Jezus zeker nooit bedoeld, dat blijkt
ook wel uit het evangelie, vooral.ook uit de tekst van vandaag.
Johannes is kwaad en spreekt er schande van dat iemand die geen volgeling
is van Jezus, toch in zijn naam wonderen doet. Dat kan toch niet!, hoor
je hem bijna zeggen: Regels zijn regels, waar blijven we anders? Maar
Jezus wuift de verontwaardiging van Johannes heel luchtig weg. Laat
hem toch, Als hij maar goed doet, maakt het toch niets uit in wiens
naam hij het doet. Wie niet tegen ons is, is voor ons.In de eerste lezing
zijn er twee mannen die zo maar profeteerden los van de groep profeten.
Dat kan toch niet. Regels zijn regels, waar blijven we anders?
Regels bestaan niet om zichzelf, maar omwille van de zaak die ze beogen
te regelen. Als een regel doel op zich wordt, schiet het zijn doel voorbij.
Dan gaat het niet meer om de inhoud maar om de regel zelf, of het draait
dan vaak om de mensen die dat wetje hebben gemaakt: hun positie van
macht en controle. Het hoort te gaan om de geest van de wet, niet om
de letter van de wet. Onze tijd is een tijd van regelzucht. Ondanks
alle geroep om vrijheid en zelfbeschikking kent onze ingewikkelde matschappij
een enorm aantal van regels en wetgeving . Natuurlijk moeten we democratie,
rechterlijke uitspraken, wetten en regels serieus nemen, ze zijn nodig
maar ze mogen niet absoluut gemaakt worden: ze mogen nooit mensonterend
worden maar moeten behulpzaam zijn in het goed en menselijk verkeer
van de gehele maatschappij, ongeacht ras, taal of religie. Regels mogen
nooit ten koste gaan van rechtvaardigheid en naastenliefde.
. Onze maatschappij heeft meer dan ooit profeten nodig, mensen die zeggen
waar het op staat, die voor mensen opkomen, voor het milieu, voor de
economie om de kloof tussen rijk en arm aan te klagen en tweedeling
en armoede te bestrijden. Ook in de kerk zijn er veel regels- vroeger
meer dan nu- regeltjes die soms meer mensen uitsluiten dan echt helpen
om de band tussen God en de mensen en de mensen onderling te versterken.
Heel Jezus' prediking, al zijn handelen: het gaat steeds om zorg en
aandacht voor de medemens, met name voor de kleine, de zwakke. de weerloze,
de verdrukte. Toch staan er enkele van die harde uitspraken in het evangelie
van vandaag, die ons moeten doen denken; er worden enkele dingen genoemd
die ons afhouden van de goede weg, van de weg ten leven; enige letterlijke
en figuurlijke hobbels die ons van ons eigen pad af kunnen houden waardoor
het moeilijker wordt om God en de naaste lief te hebben als jezelf.
Dat kan op velerlei manieren: door de manier waardoor je naar de dingen
kijkt (door je oog) door de weg die je opgaat (door je voet), door wat
je in je dagelijkse leven doet en bereikt (door je hand).Zijn we een
wij-zij situatie aan het creeren waar we dingen doen ten koste van anderen
of staan we open voor de ander?. Er is op het ogenblik niet alleen een
financiele crisis maar ook een mentale crisis in de zin dat meer en
meer mensen alleen geinteresseerd zijn in hun eigen ik in
hun eigenbelang, zonder openheid naar de ander. Dan is het van het grootste
belang te blijven geloven in het visioen, een wereld van liefde en recht,
en alles te verwijderen wat in de weg staat, waar we over kunnen struikelen.
Zijn blijde boodschap gaat heel concreet om goed doen, goed zijn voor
anderen: een beker water, een woord van troost, een helpende hand, voor
een zieke mens, voor een verdrietige mens, voor wie dan ook. Hij daagt
ons nog steeds uit zijn weg te gaan: Wie niet tegen ons is, is
voor ons.