![]() |
||
| 31
juli 2007, 18e zondag door het jaar, N. van Schaik
Eerste lezing: Jesaja 55, 1 - 3 De evangelielezing van vandaag gaat over de wonderbare broodvermenigvuldiging,
een zeer bekend thema. In mijn jeugd heb ik altijd de uitleg gehoord over
het wonder dat die 5 broden en 2 vissen op "bevel" van Jezus
vermenigvuldigd werden om een grote menigte te voeden en dat er nog vele
volle manden overbleven. Dat was een wonder. De evangelielezing begint met de verwijzing naar de onthoofding en begrafenis
van Johannes. Jezus was daar kapot van. Hij wilde alleen zijn, om te rouwen
over Johannes, om zijn verdriet te verwerken en misschien ook om na te
denken over wat dit voor hem en zijn leerlingen tot gevolg kon hebben.
Maar de mensen haalden hem terug naar het leven. Zij hadden zijn woorden
nodig. Hij sprak tot hen en genas hun zieken. De lezing uit Jesaja speelt in de tijd van het einde van de ballingschap in Babylonië van het volk Israel. Dorst en gebrek aan water zijn in het boek Jesaja een beeld voor een ieder die is afgewaald van Gods bedoeling. Water is het teken van Gods heil. Voedsel, wijn en melk heeft men nodig om te leven en verwoorden in deze tekst de overvloed van het beloofde land. Het verblijven in de overvloed van het beloofde land staat voor de vervulling
van Gods verbond. De maaltijd van vandaag is een voorproef van de uiteindelijke
vervulling van de belofte van Gods zorg voor de mensen. Het beloofde land
ligt niet alleen na onze dood. Nee dat beloofde land is ook NU. Mensen
hebben mensen nodig, die naast je staan. Die naar je omzien, je steun
geven. Niet uit gewin, maar uit aandacht. Heb de ander lief, zoals je
jezelf lief hebt. Laten we werken aan wat ons als christelijke gemeenschap
verbindt en niet aan wat ons scheidt. Waar liefde en aandacht voor elkaar
is, daar is God aanwezig. Amen |
||
|
Van
der Molenplein 1 |
Email: doorwerth@olvlourdes.nl |
|