|
startpagina
overwegingen
kinderkerk
koren
parochieblad
fotoboek
vieringen
parochieoverzicht
pastoraal
team
actueel
contact
links
website
Z. Titus Brandsma
Parochie
|
22 januari 2012, father vd Salm
Bijna zou je gaan denken dat het vandaag Roepingenzondag is want in
beide lezingen wordt er een appèl op de mens gedaan om verkondiger
te worden van het goede nieuws. Jona wordt in de eerste lezing geroepen
om de mensen in Ninivé tot bekering op te roepen, maar de lezing
is sterk ingekort en zodoende horen we niet hoe de profeet Jona helemaal
niet graag naar die grote heidense stad wilde gaan om bekering te verkondigen.
Hij zal zoiets gedacht hebben als 'laat die maar in hun eigen sop gaar
koken'. Volgens Jona was God de God van het Joodse volk en die moest zich
niet bekommeren om die andere mensen. Een bekend gegeven, denk ik, van
'zij en wij' denken: hokjespolitiek, polarisatie. God is de God van de
christenen en Allah is de God van de Islam. Wij zijn de goede en zij de
slechten. Zelfs in ons eigen land en in onze tijd wordt er zo gemakkelijk
heel generaliserend gepraat over de verschillende groeperingen en worden
groepen mensen over één kam geschoren. Heel gemakkelijk
komen we dan tot negatief denken over die ander of worden zelfs vijandig
in ons denken en doen tegenover hem/haar. God hoorde bij het Joodse volk
en daarmee uit. Jona kon er in het begin niet van loskomen. In zijn hart
wilde hij dat God die heidenen van de aardbol zou doen wegvagen. Maar
God vertelt Jona zonder meer: " Ga naar Ninivé: Ik ben ook
hun God. Zij horen erbij. Ik wil ook hen vrede en gerechtigheid aanzeggen".
In het evangelie horen we dat Jezus zijn werk of zijn optreden begint
met het roepen van enkele vissers om hem te volgen. Er worden geen verdere
details over Jezus gegeven. Maar Lukas begint het openbare optreden van
Jezus met te zeggen dat die Jezus door Johannes gedoopt werd in de Jordaan
en dat Hij daar hoorde dat Hij Gods geliefde zoon/dienaar was en even
verder dat Gods Geest over Hem was gekomen en dat Hij gezonden was om
aan armen de blijde boodschap te verkondigen, blinden te laten zien en
mensen te bevrijden. Zo schrijft Lukas het bij het begin van Jezus' optreden.
Voor Jezus was God een God van verzoening en vergeving, een God van vrede,
een Vader, vol liefde en barmhartigheid voor iedere mens, een heel ander
beeld van God, ook tegen de gangbare opvattingen in van de toenmalige
theologen en Schriftgeleerden in die tijd. Zijn Godsbeeld is goed nieuws
voor mensen, voor iedere mens. Het Koninkrijk Gods dat Jezus aankondigt
is niet alleen voor de eindtijd maar ook voor nu. Het begint nu al. Jezus
is er met zijn persoon, met zijn woorden en daden de belichaming van.
Deze Jezus roept enkele vissers om hem te helpen in zijn werk. Twee keer
roept Jezus twee vissers en Markus zegt: "Terstond lieten ze alles
achter en volgden Hem". Jezus had hen geraakt en hun leven veranderde.
Het oude beroep van de mannen is het beeld voor hun nieuwe taak: deze
vissers zullen mensen vissen.
Soms lijkt het erop dat wijzelf in Ninivé wonen, in een wereld
die totaal losstaat van God en waar de stem van God bijna niet of nauwelijks
wordt gehoord. Soms wordt er zelfs beweerd in de krant dat je een beetje
abnormaal iemand moet zijn als je nog gelooft, als je een gelovig mens
bent. Tegelijkertijd wordt er vaak ook gesproken of geschreven dat er
een leegte is in de harten van veel mensen, een zoeken naar diepte en
verdieping. Er wordt wel eens gezegd dat juist het rijke Westen één
groot missiegebied geworden is, niet omdat er gebrek is aan voedsel maar
wel een gebrek aan spiritualiteit. We hebben behoefte aan leraren en geestelijke
leiders die ons Gods wegen wijzen. We hebben gebrek aan een spiritualiteit
die ons inspireert tot menselijkheid en ons inspireert om uit te groeien
tot beeld van God. We hebben geestelijke leiders nodig, vissers van mensen,
die ons kunnen inspireren en die ons de weg van Jezus durven wijzen, een
weg van dienstbaarheid en wederzijdse zorg en aandacht: een boodschap
van samen delen met eenieder in vrede en gerechtigheid en in het vertrouwen
dat God dan bij ons is en voor ons zorgt. We hebben mensen van inspiratie
nodig, gewijd en ongewijd, maar wel mensen vol toewijding, om in onze
tijd en op een manier die aanspreekt, in Gods geest de boodschap van Jezus
Christus te verkondigen in woord en daad.
Ik zal van jullie vissers van mensen maken, dat zegt Jezus ook tegen ons
allemaal. Niet alleen tegen het veel te kleine aantal priesters in ons
land, niet alleen tegen beroepskrachten, maar tegen ons allemaal.
Ondanks veel onbegrip en zelfs tegenwerking heeft Jezus niet opgehouden
om zijn boodschap van het rijk Gods te verkondigen, want dat moet er hoe
dan ook komen met behulp van gewijde en met behulp van heel veel toegewijde
mensen om naar mensen te vissen en geluk en liefde te brengen overal waar
het kan. Die boodschap doorgeven en erover getuigen is ook in onze tijd
broodnodig, ook hier in Doorwerth.
|